Pestprotocol Kbs De Martinus           

Doel van het pestprotocol 

Alle kinderen moeten zich in hun basisschoolperiode veilig voelen, zodat zij zich optimaal kunnen ontwikkelen.

Door regels en afspraken zichtbaar te maken kunnen kinderen en volwassenen, als er zich ongewenste situaties voordoen, elkaar aanspreken op deze regels en afspraken.

Wij streven ernaar:

  • Dat kinderen zich veilig voelen, dat ze vertrouwen hebben in ons, in elkaar, in zichzelf en de mensen om hen heen.
  • Dat de kinderen de kans krijgen zo veel mogelijk op eigen niveau te presteren.
  • Het onderwijs zo te organiseren dat leerlingen leren samen te werken.
  • Dat kinderen niet alleen kennis maar ook sociale en praktische vaardigheden leren die nodig zijn om het samenwerken met de ander mogelijk te maken.
  • Dat kinderen leren omgaan met gevoelens en emoties van zichzelf (en die van de ander).
  • Dat kinderen leren een ander te respecteren en te waarderen.
  • Dat wij bij de kinderen aandacht willen voor normen en waarden en respect voor ieders culturele en levensbeschouwelijke achtergrond.
  • Dat kinderen zich ontwikkelen tot zelfstandige personen.

Bij dit alles staat voorop, dat de kinderen zich gelukkig en geborgen voelen op de Martinus en dat leren voor hen een leuke, prettige bezigheid moet zijn. Daarom vinden wij de sfeer waarin een kind zich ontwikkelt van groot belang. De houding van onze leerkrachten is open, bemoedigend, beschermend en positief.

 

Pesten

Pesten komt helaas overal voor. Ook op school worden kinderen gepest om uiteenlopende redenen. Binnen de school tolereren we pesten niet.

Door het nemen van allerlei preventieve maatregelen proberen we zoveel mogelijk problemen te voorkomen. We hebben afspraken gemaakt over o.a. hoe we met elkaar omgaan, welke signaleringslijsten gebruikt worden, preventieve maatregelen, etc.

In dit pestprotocol beschrijven we hoe te handelen als er melding wordt gemaakt (door ouders en/of kinderen) of geconstateerd wordt (door leerkrachten en/of begeleiders) dat er sprake is van (cyber)pesten.

De begrippen plagen en pesten worden regelmatig door elkaar gebruikt. Toch bestaat er een duidelijk verschil. Plagen zie je vaak bij mensen die elkaar wel mogen. Men neemt elkaar in de maling, zonder dat er een dreigende situatie ontstaat. Men haalt een grapje bij elkaar uit. Een beetje plagen kan zelfs de sfeer verbeteren. Bij pesten is er een duidelijk slachtoffer en een dader. De dader heeft de intentie om het slachtoffer te beschadigen. Het gedrag van de dader is (be)dreigend. Het slachtoffer wordt beschadigd en kan zich vaak niet verweren zonder opnieuw aangepakt te worden.

Pesten gebeurt meestal niet openbaar. Het is daarom moeilijk te constateren en vaak merk je het pas als het al een tijdje aan de gang is.

Het is dan ook erg belangrijk om duidelijk en zeer consequent te handelen. De rol van de pester, de volgers, de omstanders en de gepeste moet belicht worden.

 “Langdurig uitoefenen van lichamelijk en/of geestelijk geweld door één of meer personen. Het is gericht tegen een zwakkere partij die niet in staat is zich succesvol te verdedigen”.

Pesten is een probleem dat zich niet gemakkelijk laat oplossen. Pesten speelt zich vaak in het verborgene af. Dat maakt het alleen al moeilijk om er grip op te krijgen. Het is van groot belang dat alle betrokkenen (leerlingen, leerkrachten en ouder(s)/verzorger(s)) pesten als een bedreiging voor een veilige leefomgeving zien. Ze moeten zich bereid verklaren pesten te willen signaleren, melden, voorkomen en bestrijden, zodat er op de school een veilig klimaat ontstaat. Een middel daarvoor is dit protocol, dat door alle betrokkenen dient te worden uitgedragen en nageleefd.

Bij de aanpak van het pesten zijn 5 partijen betrokken, namelijk:

  • het gepeste kind;
  • de pester;
  • de omstanders;
  • de school/de leerkracht;
  • de ouder(s)/verzorger(s).

Achtergrond over de mogelijke ondersteuning van de partijen is te vinden in dit protocol.

De aanpak van Kbs De Martinus is gebaseerd op 3 fases.

  1. voorkomen
  2. aanpak
  3. sanctie

1. Voorkomen

De school:

  • stelt ouder(s)/verzorger(s) bij aanmelding van hun kind op de hoogte van dit pestprotocol;
  • laat de kinderen van groep 4 een internetprotocol ondertekenen, waarin we afspraken maken over het gebruik van internet op school, ouders worden hierover geïnformeerd;
  • bevordert goed pedagogisch klimaat, onder andere door expliciete lessen (lessen Goed Gedaan);
  • zorgt ervoor dat het thema pesten jaarlijks aan de orde komt (lessen Goed Gedaan);
  • onderkent de voorbeeldfunctie, kan stelling nemen en is eenduidig in de aanpak

conform dit protocol;

  • geeft in de groepen 5 t/m 8 lessen mediawijsheid gegeven, waarbij de kinderen uiteindelijk een diploma ‘Veilig Internet’ behalen;
  • leert de kinderen wat het verschil is tussen pesten/plagen en klikken/melden (lessen Goed Gedaan en mediawijsheid);
  • bespreekt de gedragsregels van de school en stelt samen met de leerlingen in de eerste week van het schooljaar gedragsregels op voor in de groep;
  • evalueert periodiek (bij iedere groepsbespreking) de impact en grootte van het pesten op haar school;
  • bespreekt bij iedere groepsbespreking de ontwikkeling van de groep en leerlingen individueel op sociaal emotioneel gebied en volgt deze met het volgsysteem Viseon;
  • onderneemt actie indien er signalen zijn van pesten;

– besteedt aandacht aan sociaal-emotionele ontwikkeling door:

  • In de klas te praten over ervaringen, gevoelens en problemen van leerlingen.
  • Aandacht in andere lessen voor sociale en/ of emotionele onderwerpen, zoals bij taal en wereldoriëntatie.
  • Direct aandacht te besteden aan ruzies en /of conflicten.
  • De school bevordert een positieve omgang van de kinderen buiten de groepen door:

 

Leefregels

Wij hanteren drie leefregels op de Martinus. Zij vormen een kapstok waar alle andere regels aan opgehangen kunnen worden:

  • Voor groot en klein zullen we aardig zijn.
  • We zullen goed voor de spullen zorgen, dan zijn ze weer te gebruiken morgen.
  • De school is van binnen een wandelgebied en buiten hoeft dat lekker niet.

De ouder(s)/verzorger(s):

  • onderkennen hun voorbeeldfunctie; kunnen handelen van hun kind objectief bekijken;
  • conformeren zich door aanmelding op de school aan het pestprotocol van onze school;
  • bespreken het internetprotocol met hun kind(eren) en conformeren zich hieraan.

2. AANPAK

Stappen in de aanpak van pesten. Wat doen wij bij….

Vermoeden van pesten:

  • overleg (collegiale consultatie) of/welke actie met directielid, IBer of stafleraar
  • aandacht in de klas schenken aan het onderwerp Pesten (bijv. vanuit lessen Goed Gedaan)
  • indien er aandacht voor is in de groep: altijd binnen 2 lesweken terugkoppeling in de groep
  • leerlingen aanspreken die betrokken zijn
  • afspraken maken met leerlingen/groep over omgaan met elkaar
  • schakelt de pester en/of enkele niet-pesters in om op te letten of er in hun klas wordt gepest in het kader van het bespreken van pesten als algemeen onderwerp. Na enkele dagen wordt hiervan een verslag gemaakt door deze kinderen. Dit wordt dan klassikaal besproken;
  • ouders van betreffende leerlingen inlichten
  • melding in dossier leerling en/of groep maken en afspraken maken over terugkoppeling

Constateren/waarnemen van pesten:

  •  overleg (collegiale consultatie) of/welke actie met directielid, IBer of stafleraar
  • bespreken in de klas, waarbij stelling genomen wordt, bespreek wat er is gebeurd
  • rol van de groep bespreken
  • hulp bieden aan de pester en gepeste
  • ouders van betreffende leerling(en) inlichten
  • melding in dossier leerling en/of groep maken en afspraken maken over terugkoppeling (binnen 2 weken)
  • pester dient excuses aan te bieden aan de gepeste

Herhaaldelijk pestgedrag:

  • overleg (collegiale consultatie) of/welke actie/sancte met directielid, IBer of stafleraar
  • gesprek met ouders en evt. directie
  • melding in dossier leerling en/of groep maken en afspraken maken over terugkoppeling (binnen 2 weken)

3. Sancties

  • beschrijven van situatie en eigen gedrag (formulier mee naar huis, met handtekening retour)
  • excuses aanbieden d.m.v. een brief
  • taak hulpje overnemen die dag of die week
  • (tijdelijk) werken op een andere plek, buiten de groep
  • buiten in de pauze schoonmaken
  • schorsing: indien er richting schorsing wordt gedacht dient altijd contact met directie opgenomen te worden alvorens iets te doen Dit gebeurt door de directeur conform protocol Schorsing verwijdering